RosaRosa

Creatief Tuinieren


Een reactie plaatsen

Waarom simpele tuinen vaak de beste zijn

20150619_125107.jpg Simpel is een woord waar veel mensen bang voor zijn. Simpel is saai. Simpel is niet zo natuurvriendelijk, want beesten houden van variatie, toch? Simpel riekt naar designer ‘buitenruimtes’ met een enorme overkapping, een paar buxusbollen en wat siergrassen. Toch zijn simpele tuinen vaak de aantrekkelijkste. Simpel betekent niet saai, of 13 in een dozijn, of onaangekleed, of dodelijk voor wilde beesten. Simpel betekent doordacht, functioneel, passend beplant, rijk aan leven.

De tuin op de foto hierboven lijkt in eerste instantie niet veelbelovend. Gras, heg, boom. Maar er is nagedacht over elk element. Het zitje is aangelegd op de plek waar je het liefst wilt zitten. De boom geeft beschutting en leefruimte aan allerlei beesten en de heg ook. De schutting komt niet tot op de grond, waardoor egels en andere beesten de tuin in en uit kunnen. Het gras is niet ideaal, dat ben ik met je eens, maar als je het iets langer laat, zodat de klaver en de madeliefjes kunnen bloeien, wordt het opeens een geweldige beestentrekker. De kinderen kunnen er ravotten en merels kunnen er naar wormen zoeken.

Nog niet overtuigd? Misschien spreekt de foto hieronder (afgezien van het onkruid) je meer aan.

20170927_122517.jpg

Zo’n rustieke gevel helpt natuurlijk, maar deze tuin zou op veel plekken passen. En er is wederom over nagedacht. Een simpele indeling in vier vakken. Pad naar de voordeur. Buxusheggetjes, lavendel, hortensia’s, bolboompjes. In elk seizoen is er iets te zien. In het voorjaar bloeien er bollen tussen de planten. In de zomer ruikt de hele tuin naar lavendel. In het najaar kleuren de hortensia’s langzaam geel. Er is het hele jaar door beschutting, zodat insecten en vogels er graag komen. En je hoeft er niet veel aan te doen, iets wat mensen nog wel eens vergeten als het om natuurvriendelijke tuinen gaat. Elke keer dat jij de aarde omspit, bloemen afknipt of een tak afzaagt, verstoor je het leven in je tuin. Hoe vaker de beesten in je tuin ongestoord hun gang kunnen gaan, hoe beter.

Dus wees niet bang om je tuin simpel te houden. Simpele tuinen zijn vaak de beste.

 

 

 

 

Advertenties


Een reactie plaatsen

Klussen in de tuin: december en januari

Het lijkt een rustige tijd in de tuin, de winter, maar er is belangrijk werk te verrichten! Hier zijn een aantal klussen die je in de donkere weken rond Kerst kunt doen.

Afb0282

  1. Maak je potten en gereedschap schoon

Niet de meest sexy klus misschien,  maar wel belangrijk. Was je lege potten met heet water en biologisch afwasmiddel en laat ze goed drogen. Gooi meteen versleten, gebroken of gewoon lelijke exemplaren weg. Bewaar terracotta potten om crocks van te maken (crocks zijn gebroken potten die je onderin andere potten doet om te voorkomen dat de potgrond uit de pot spoelt en om drainage te verbeteren).  Maak ook je schep, spade, vork, snoeischaar, etc schoon en scherp ze. Vooral dat laatste maakt een wereld van verschil in het voorjaar wanneer je aan de eerste snoei- of plantklus begint.

2. Plant sneeuwklokjes

Dit heeft moeder natuur uitstekend geregeld: sneeuwklokjes kun je het beste planten als ze in bloei staan. Op naar het tuincentrum dus, of naar een gespecialiseerde kwekerij zoals de Boschhoeve. Sneeuwklokjes groeien het beste onder bladverliezende bomen en struiken. Meng compost of bladaarde door het plantgat en geef ze bij het planten flink water. Laat ze daarna met rust, de bollen waaruit de sneeuwklokjes groeien, kunnen prima voor zichzelf zorgen.

3. Evalueer je tuin

In de winter zie je het skelet van je tuin. Misschien merk je dat je tuin er erg kaal uit ziet en dat een paar wintergroene struiken de boel zouden opvrolijken. Misschien ben je jaloers op de grote pollen siergras in de tuin van de buren, die er magisch uitzien als ze bedekt zijn met rijp. Nu is de tijd om een kritische blik op je tuin te werpen. Nog beter is op bezoek gaan bij een (botanische) tuin. Helaas zijn de meeste tuinen in Nederland in de winter gesloten. Plaatjes kijken op internet kan natuurlijk ook.  Maak nu een plan, maar koop je (wintergroene) planten pas in het voorjaar. Wat ook goed werkt, is de plekken waar je iets nieuws wilt planten alvast markeren met een stok, zodat je in het voorjaar niet na hoeft te denken waar je die viburnum ook alweer wilde zetten.

4. Snoei appel- en perenbomen

In de winter snoei je appel- en perenbomen om ervoor te zorgen dat ze in het voorjaar optimaal bloeien en vrucht dragen. Knip alle rechtop groeiende scheuten die een appel/peer in de zomer aanmaakt weg en snoei ook alle dode takken of takken die elkaar in de weg zitten. Wat je over wilt houden is een boom met stevige takken waaraan korte zijtakjes zitten (tussen de 5 en 10 cm lang). Aan die zijtakjes komen namelijk de bloemen en dus ook de vruchten.

5. Rozen, heggen en struiken met kale wortels planten

Als je geld wilt besparen, koop dan nu je heg, bladverliezende struiken en rozen. Je krijgt ze dan zo uit de grond. De plant ziet er misschien zielig uit zonder blad en met een paar zanderige wortels, maar schijn bedriegt. Planten die je met kale wortels koopt zijn goedkoop (haagplanten kosten vaak minder dan een euro per stuk) en slaan goed aan. Zorg er wel voor dat je de kale wortel planten meteen in de tuin kunt zetten en laat ze niet uitdrogen. Zet ze in een emmer met water en plant ze op de dag dat je ze gekocht hebt of ze bezorgd worden. Graaf een gat dat groot genoeg is, de wortels mogen niet de kanten van het gat raken. Geef ze water en blijf ze als het erg droog is water geven. Plant niet als het vriest.


Een reactie plaatsen

Vogels in de tuin

In de winter is er niets dat je tuin zo opvrolijkt als een familie kwetterende mussen in een heg of een stel mezen aan een mezenbol. Vogels naar je tuin lokken is gelukkig niet moeilijk. Met een paar kleine aanpassingen om je tuin aantrekkelijker te maken voor vogels kom je al een heel eind!

Onderdak

Struiken en bomen zijn onmisbaar voor vogels. Ze kunnen er in nestelen, vinden er bescherming als er gevaar dreigt en bessendragende struiken en bomen zorgen ook nog eens voor voedsel. De meeste struiken zijn makkelijke tuinplanten die weinig onderhoud vergen. Als je ruimte hebt voor een heg, plant die dan aan. Een heg die bestaat uit meer dan een soort struik is ideaal. Denk bijvoorbeeld aan een heg van liguster of haagbeuk, gemengd met wintergroene struiken zoals taxus of hulst. Nestkastjes zijn altijd een goed idee. Hang ze op een beschutte plek en niet in de volle zon. Een boom of muur met klimplanten werkt goed, maar een schutting, kale muur of paal is ook prima. Maak ze wel elk jaar in de herfst schoon en verwijder oud nestmateriaal.

Voedsel

Vogels hebben in het voorjaar een goede voorraad rupsen nodig om hun kuikens te voeden. Daarnaast eten ze zaden, bessen en insecten. Geen bestrijdingsmiddelen gebruiken dus, en laat die rupsen of luizen gewoon zitten. Je zult zien dat ze vanzelf verdwijnen in de magen van de beesten in je tuin. Laat ook uitgebloeide bloemen staan  in de winter en knip ze pas in maart of april af. Putters en vinken zijn gek op zaden van bloemen als rudbeckia. Vogels hebben ook het hele jaar schoon drinkwater nodig. Een vijver met begroeiing eromheen, een drinkschaal die je regelmatig schoonmaakt en bijvult, het maakt niet uit. Water in je tuin is de snelste manier om vogels te lokken.

Als je vogels voert, blijf dat dan het hele jaar doen. Op andere tijden in het jaar, zoals het vroege voorjaar of in een natte herfst, kan het ook lastig zijn voor vogels om genoeg voedsel te vinden. Koop je vogelvoer in grote verpakkingen op het internet, dit scheelt in je portemonnee.

Huisdieren

Ik heb zelf twee honden en een tuin vol vogels. Dat je huisdieren hebt, hoeft dus niet te betekenen dat vogels je tuin mijden. De truc is om balans te creëren. Bepaal zelf wanneer je huisdier de tuin in kan. Laat je huisdier niet zelf in en uit lopen. Geen kattenluikjes dus. Rust je kat ook uit met een belletje, zodat vogels gewaarschuwd worden als hij of zij rond sluipt. Katten zijn helaas in staat de vogelpopulatie in je tuin te halveren.  Wat ook goed kan werken, is een deel van je tuin ontoegankelijk te maken. Plaats een hek of een heg waar je huisdier niet door kan, zodat er een deel van je tuin is waar vogels ongestoord hun gang kunnen gaan.

 

 

 


Een reactie plaatsen

Een tropische jungle tuin aanleggen: 5 tips

Nu de dagen korter worden en we ’s avonds weer rillend op de fiets naar huis stappen, leek het me een goed idee om over tropische jungletuinen te schrijven. Wat is er leuker om op een druilerige novemberdag thuis te komen en een weelderige jungle in te stappen? Hieronder volgen 5 tips die je kunt volgen als je ook je eigen jungletuin wilt aanleggen.

20170820_164112

  1. Ga op zoek naar planten met opvallende bladvormen

Jungletuinen zijn eigenlijk niet meer dan tuinen waarin blad een grote rol speelt. Stel je eens even een jungle voor, wat zie je dan? Bomen, lianen, varens, watervallen misschien, maar geen velden vol margrieten of lavendel. Een jungletuin aanleggen is dus vooral een kwestie van nadenken over blad en bladvormen. Gebruik zoveel mogelijk verschillende bladvormen en -groottes om contrast te creëren. Op de foto hierboven zie je het blad van een colaucasia (niet winterhard) tegen kleiner blad van een bodembedekker.

Denk ook eens na over de kleur van het blad. Je kunt een kleurrijk effect bereiken door planten te gebruiken met opvallend gekleurd blad:

20170820_144545.jpg

2. Zoek winterharde alternatieven

De planten op de foto hierboven zijn tropische planten die een winter in ons land niet overleven. Gelukkig hoef je geen echte tropische planten zoals palmen te gebruiken, tenzij je dat graag wilt en ruimte hebt om deze planten in de winter binnen te halen. Er zijn genoeg winterharde planten met opvallend gekleurd of gevormd blad. Voor de plant met de rood omrande bladeren op de foto kun je bijvoorbeeld prima Canadese kornoelje nemen. Compleet winterhard en net zo spectaculair.

3. Kleur in de winter

Nog een argument om vooral winterharde planten te gebruiken: dan is er in de winter ook iets in je tuin te zien. De gewone laurier, die veel voor hagen wordt gebruikt, is een prima wintergroene plant voor in de jungletuin. Hij heeft groot, glimmend blad en kan makkelijk 4 meter hoog worden. Denk ook aan grassen die in de winter hun blad houden, zoals carex ‘Evergold’ (zie foto).

20170820_152100.jpg

4. Voeg bloemen toe

In de jungle bloeien planten het hele jaar door met af en toe een bloem. Maak je jungletuin af door bloeiende planten te kiezen met een tropische uitstraling, zoals klimmende winde (ipomoea) of dahlia’s. Ga voor heldere kleuren en laat pasteltinten links liggen. De dahlia ‘Bishop of Llandaff’ die je op de foto ziet is voor sommige mensen misschien een stapje te ver, maar er zijn genoeg dahlia’s met groen blad en rode, fuchsiaroze of oranje bloemen.
20171015_114200

5. Geef planten de ruimte

Laat je planten groeien en wees niet bang om grote planten te gebruiken. Bamboe kan makkelijk meer dan 2 meter hoog worden. Plant een pol en geef hem de ruimte, zodat hij ook echt 2 meter hoog wordt en je het effect bereikt dat je wilde bereiken. Plant niet te dicht op elkaar. De eerste weken ziet het er goed uit, maar daarna gaan je planten elkaar verstikken.  Ziet je tuin er toch te leeg uit om een jungle te zijn, vul gaten dan tijdelijk op met eenjarige planten zoals vlijtige liesjes en eenjarige klimmers zoals klimmende winde. In de zomer kun je ook kamerplanten gebruiken om gaten te vullen. Gaten die je winterharde jungleplanten na een jaar of 2 nog niet hebben opgevuld, kun je altijd nog vullen met vaste planten of struiken.

 

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

De conifeer is terug! (Maar waarom ook alweer?)

Bij mij in de buurt zijn er nog genoeg: in de jaren 80 aangelegde heidetuinen. Omgeven door in de teer gezette spoorbielzen en doorspekt met allerlei soorten coniferen. Lekker makkelijk in het onderhoud en wintergroen. Met dat makkelijk in het onderhoud bleek het wat tegen te vallen en dat wintergroene was meestal ook een illusie. Niets is treuriger dan een bruin uitgeslagen conifeer tussen al even bruine heideplanten. Dus: exit coniferen, in met de buxus.

De laatste jaren is de conifeer bezig met een comeback. En terecht. Veel coniferen zijn inderdaad wintergroen, ze komen in alle soorten en maten, geven textuur aan je tuin en hebben vaak ook een uitgesproken groeivorm. Bovendien zijn het makkelijke planten. Als je zorgt dat je een plantgat graaft dat groter is dan de kluit, wat compost toevoegt aan de grond en de conifeer het eerste jaar niet uit laat drogen, gaat je conifeer jaren mee.

Mijn eerste conifeer is een pinus mugo, een dwergden. Naaldbomen horen namelijk ook bij het geslacht coniferen. De taxus die wellicht in je tuin staat, is ook een conifeer. Zoals bij taxus kun je de meeste coniferen goed snoeien. Ze zijn dan ook heel geschikt om een heg van te maken. Hieronder zie je een spectaculair voorbeeld van een taxus- en buxusheg bij Audley End House in Engeland.

Kopie van 20171015_104122

Maar ook als onderdeel van je beplanting werken ze prima. Het enige waar je bij coniferen op moet letten, is dat ze niet te dicht omgeven worden door andere planten. Dan worden hun naalden bruin en krijg je lelijke kale plekken die vooral in de winter goed zichtbaar zijn. Dit kun je oplossen door ze op te snoeien (dit werkt vooral bij dennen goed). Je zaagt dan de onderste takken weg, zodat er geen kale plekken kunnen ontstaan. Een andere oplossing is je coniferen als solitair te planten. Door alleen lage beplanting om je coniferen te zetten, voorkom je bruine plekken.

Coniferen werken ook goed als bodembedekkers of lage beplanting.

20170922_151749

Deze laaggroeiende soorten hebben vaak gekke naalden of een opvallende kleur.

Als ik de ruimte had, plantte ik net als een van mijn buren een den (Pinus strobus spp.) met lange naalden die in bosjes aan de takken hangen en de hele boom een sprookjesachtig voorkomen geven. Varens eromheen, helleborussen, sneeuwklokjes en maagdenpalm, en je hebt een stuk tuin dat het hele jaar door iets te bieden heeft.

 

 

 

 


Een reactie plaatsen

Egels in de tuin

In de tuin van mijn ouders scharrelden vroeger regelmatig egels. Soms liep er zelfs een dwars over het grasveld van de ene kant van de tuin naar de andere. Toen mijn vader de composthoop verplaatste die achterin de tuin lag, verdwenen de egels. Sindsdien heb ik tot mijn spijt nooit meer egels in hun of mijn tuin gezien. Daarom ga ik deze winter mijn best doen om mijn tuin zo egelvriendelijk mogelijk te maken.

Onderdak

Egels gaan in de winter in winterslaap. Ze hebben een beschutte, droge plek nodig waar ze diep onder een laag blad de winter uit kunnen zitten. Onder een grote laurier achter in mijn tuin ga ik dan ook een winterplek voor egels maken. Veeg een hoop blad bij elkaar en leg het op een plek waar het niet makkelijk weg kan waaien. Wees gul, de laag moeit minimaal een halve meter diep zijn, het liefst nog dieper. Een composthoop is als overwinterplek en als nestplek ideaal. Heb je een composthoop, maar zitten er geen egels in? Misschien ben je te vaak met je compost bezig. Keer de hoop niet, laat hem gewoon met rust en bouw naast je oude hoop een nieuwe op. Kijk in april of mei of er nog egels in de hoop zitten en gebruik hem dan in een keer op. Egels houden er niet van om gestoord te worden en compost verteert ook wel als jij je er niet mee bemoeit. Geen composthoop of bladerdek en toch egels in je tuin? Installeer dan een egelhuis. Kijk hier voor informatie over hoe je dat doet.

Toegang

Al die schuttingen, muurtjes en ondoordringbare tuinhekken zijn funest voor egels. Egels moeten je tuin makkelijk in en uit kunnen komen. Gelukkig kun je, als je net als ik aan vier kanten omgeven bent door schuttingen, aanpassingen maken. Zo ben ik van plan gaten van 14 bij 14 cm in de onderste planken van mijn schuttingen te zagen, zodat ze er wel doorheen kunnen. Kleed je schutting ook aan. Struiken, vaste planten, een bed hortensia’s, het maakt niet uit, zolang egels maar niet open en bloot je tuin in hoeven te banjeren.

Voedsel

Slakken, rupsen, maden, egels eten alles. Geen slakkenkorrels dus! Ook ecologische korrels kunnen schadelijk zijn. Als je zorgt dat je tuin een goede plek is voor insecten en andere beestjes, zullen de egels volgen. Lees de andere blogs in mijn serie Beesten in de tuin voor meer informatie over hoe je dat doet. Je kunt egels beter niet voeren. Ze kunnen echt zelf wel genoeg voedsel vinden als jij er voor zorgt dat ze je tuin in en uit kunnen en ze een handje helpt door jouw tuin voedselrijk te maken. Water in de tuin is altijd een goed idee als je wild leven aan wilt trekken. Let er wel op dat egels die in een vijver belanden er weer uit moeten kunnen klimmen. Zorg er voor dat een kant van je vijver heel geleidelijk afloopt het water in en leg stenen of kiezels op de oevers zodat egels makkelijk het water uit kunnen kruipen.

Daarna is het wachten geblazen op de eerste keer dat je ’s avonds, in het donker, het kenmerkende geknor en gesmak hoort van een egel die een lekkere slak aan het verorberen is!


Een reactie plaatsen

For my American readers

Hello there! Every now and again I look at the stats for my blog and I see someone from your neck of the woods has visited my site. I have no idea whether you’re American visitors who ended up here via Google and left again when you discovered you couldn’t understand a word of it, or whether you’re Dutch people who live in the States. In case you’re not (or in case your Dutch has become a little rusty): here’s one blog post just for you!

Let me tell you something about us Dutch and our gardens. We love a hedge. We love hydrangeas. We mow our lawns once every two weeks. We like having barbecues in summer and we like building huge timber structures that we can sit under when it rains (and it rains a lot). We think that’s what you guys have in your gardens and we like the idea of a great American rustic cabin with a rocking chair and a fire bowl. (We don’t know that you call it a yard and a porch).

We love growing things. Many of us try to grow some veg. We have a great history of small allotment gardens and people growing potatoes in their front gardens to loosen up the soil for planting. We like a bit of civil disobedience, so if we don’t have a front garden, we dig up a few tiles in de sidewalk and plant hollyhocks.

We don’t realise that plants are cheap to buy over here because we grow enormous amounts of them. Most of us have never heard of Piet Oudolf, who designed the planting for the High Line in Manhattan. We are pleasantly surprised when we find out, but we are not very good at dealing with heroes.

We love your white picket fences and we grow loads of amelanchier and rudbeckia. Although we prefer echinacea, we think of yellow as cheery but a bit vulgar. We would find it difficult to live in a suburb where everyone has a lawn in front of their house and no-one uses fences. We like our bit of land, our patch of the planet and we like our fences.

How about you? If you happen to read this post, let me know. What is American gardening about? And what makes an American gardener?